Welke pensioenuitvoerders zijn er?

Een pensioenuitvoerder is de instelling die jouw pensioen verzorgt. De uitvoerder verzorgt bijvoorbeeld de pensioenadministratie, beantwoordt vragen van deelnemers, int de premie bij werkgever(s), beheert de beleggingen zorgt voor betaling van de pensioenuitkeringen, etc. Een pensioenuitvoerder is bijvoorbeeld een pensioenfonds, een verzekeraar, een premiepensioeninstelling (PPI), een Multi-opf of een APF.

Algemeen Pensioenfonds (APF)

Een APF is een pensioenfonds dat een of meerdere pensioenregelingen uitvoert. Het vermogen van de verschillende pensioenregeling wordt afgescheiden aangehouden. Het voordeel van een APF ligt in het gezamenlijk uitvoeren van een aantal taken, waardoor de kosten beperkt kunnen worden. Een beperking van de kosten kan leiden tot een hogere pensioenuitkomst.

Bedrijfstakpensioenfonds

Een bedrijfstakpensioenfonds is een pensioenfonds dat een pensioenregeling uitvoert voor één of meer bedrijfstakken. Meestal is deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds door de overheid verplicht gesteld als je in die bedrijfstak werkt. Soms is ook het pensioen van zelfstandigen uit die bedrijfstakken ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds.

Beroepspensioenfonds

Dit is een pensioenfonds voor zelfstandige beroepen. Een beroepspensioenfonds voert een pensioenregeling uit die is gebaseerd op een overeenkomst tussen de zelfstandige beroepsbeoefenaren binnen een bepaalde beroepsgroep. De overheid kan een hele beroepsgroep verplichten aan een beroepspensioenregeling mee te doen.

Multi-opf

Een Multi-opf is een samenwerkingsverband van een aantal ondernemingspensioenfondsen. Elk ondernemingspensioenfonds voert daarbij zijn eigen specifieke pensioenregeling uit. Door gezamenlijk de administratie of andere ondersteunende taken uit te voeren, kunnen de kosten voor de pensioenfondsen lager zijn.

Ondernemingspensioenfonds

Een onderneming die niet onder een bedrijfstakpensioenfonds valt, kan besluiten zelf een pensioenfonds op te richten. Hoewel een ondernemingspensioenfonds een zeer nauwe band heeft met een bedrijf, staat een pensioenfonds juridisch gezien los van dat bedrijf en is bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor schulden van de onderneming. In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moeten evenveel vertegenwoordigers van de werknemers als van de werkgever zitten.

Pensioenuitvoeringsorganisatie

Een pensioenuitvoeringsorganisatie voert in opdracht van een of meerdere pensioenfondsen aan aantal werkzaamheden uit. Bijvoorbeeld de administratie van de pensioenaanspraken, de communicatie aan deelnemers, het verzorgen van de uitbetaling van pensioenen, etc.

Premiepensioeninstelling (PPI)

De PPI voert beschikbare premieregelingen uit door middel van sparen of door de beschikbare premie voor je te beleggen. De PPI is een pensioenuitvoerder die zelf geen risico’s mag verzekeren. Het verzekeren van nabestaandenpensioen of ‘premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid’ gebeurt bij een verzekeraar.

Verzekeringsmaatschappij

Je werkgever kan de pensioenregeling voor zijn werknemers onderbrengen bij een verzekeraar. Je werkgever kan je ook in staat stellen een individuele pensioenovereenkomst af te sluiten bij een verzekeraar. Het Verbond van Verzekeraars is de overkoepelende organisatie van verzekeringsmaatschappijen.

Bron: AFM

Je verandert van werkgever

Als je weggaat bij je werkgever, wordt je een niet-actieve deelnemer in de pensioenregeling, ook wel ‘slaper’ genoemd. Krijg je een andere baan waar je ook een pensioenregeling hebt, dan kun je jouw ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht.

Of het verstandig is je pensioen mee te nemen naar je nieuwe uitvoerder is moeilijk te beantwoorden, want dat hangt af van voorwaarden van je oude en je nieuwe pensioenregeling. Waar moet je op letten?

De hoogte van je opgebouwde pensioen
Ligt het opgebouwde pensioen onder de afkoopgrens dan mag de pensioenuitvoerder het pensioen afkopen. Je krijgt dan een bedrag in één keer uitgekeerd, maar je krijgt later dan geen ouderdomspensioen en/of nabestaandenpensioen meer uitgekeerd. Als je waardeoverdracht aanvraagt, dan mag het pensioen niet worden afgekocht.

  • Het nabestaandenpensioen
    Is er een nabestaandenpensioen? Wat voor soort nabestaandenpensioen is het? Vergelijk de voorwaarden van het nabestaandenpensioen van de ‘nieuwe’ pensioenregeling met wat er nog geldt als je uit dienst bent in de ‘oude’ pensioenregeling?
  • De mogelijkheden die het pensioenreglement biedt
    Zijn er bijvoorbeeld uitruilmogelijkheden, kun je eerder met pensioen of is het mogelijk om met deeltijdpensioen te gaan.
  • De manier van indexatie bij de pensioenuitvoerders
    Vergelijk de indexatie van niet-actieve deelnemers in de oude pensioenregeling met de indexatie van de actieve deelnemers bij de nieuwe pensioenregeling.
  • De hoogte van de dekkingsgraad bij pensioenfondsen
    Wat is de hoogte van de dekkingsgraad van beide fondsen? Hoe hoger de dekkingsgraad van een pensioenfonds, hoe groter de kans op indexatie.
  • Wel of niet een herstelplan
    Heeft één van de pensioenfondsen, of beide fondsen, een herstelplan bij De Nederlandsche Bank ingediend? Vraag na wat de gevolgen van het herstelplan kunnen zijn.

Offerte aanvragen

Vraag nadat je in dienst treedt een offerte aan voor waardeoverdracht bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Een offerte betekent niet dat je moet overdragen. Pas nadat je een offerte hebt ontvangen, beslis je of je wel of niet overdraagt naar je nieuwe pensioenregeling.

Vind je het lastig om een keuze te maken, dan kun je contact met ons opnemen. Wij willen je met alle plezier helpen.

Bron: AFM

Je gaat met pensioen

Voordat je met pensioen gaat ontvang je een brief van de SVB over je AOW-uitkering en een pensioeninformatiebrief van je pensioenuitvoerder(s).

In de brief van de pensioenuitvoerder worden je vaak keuzemogelijkheden voorgelegd. Nadat je keuzes hebt gemaakt, ontvang je vlak voordat je met pensioen gaat een pensioenuitkeringsbrief van de pensioenuitvoerder.

Uitruil of keuzemogelijkheden

Binnen een pensioenregeling is het vaak mogelijk om keuzes te maken over je pensioen. Op deze manier kun je je pensioen aanpassen aan je eigen wensen. Afhankelijk van de pensioenregeling zijn de volgende keuzes mogelijk:

  • eerder met pensioen gaan
  • later met pensioen gaan
  • nabestaanden pensioen uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen
  • ouderdomspensioen uitruilen voor nabestaandenpensioen
  • eerst een hoge uitkering en later een lagere uitkering
  • met deeltijdpensioen gaan.

Verdiep je goed in de gevolgen van de keuzes, voordat je een keuze maakt. Maak geen keuze voordat je zowel de voor- als de nadelen van die betreffende keuze(s) begrijpt. Vraag de pensioenuitvoerder alles duidelijk uit te leggen. Of vraag voorbeelden in netto bedragen, zodat je een goede keuze kunt maken.
Let op: Heb je eenmaal een keuze gemaakt, dan kun je deze namelijk niet meer terugdraaien!

Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl hoeveel pensioen je naar schatting krijgt.

Bron: AFM